zaterdag 9 april 2016

Gullegem 1694

Op maandag 27 september 1694 overlijdt Franiscus Olieux in Gullegem.Zijn vrouw Jacoba Samyn overlijdt een dag later.
 
 
Het valt onmiddellijk op dat er in die periode heel veel overlijdens worden ingeschreven, in verhouding met het aantal inwoners van de kleine gemeente.
 
Laten we eerste even Gullegem en de Olieu's bekijken in die periode.Franciscus Olieu en Jacoba Samyn, die rond 1655 zijn gehuwd, hebben 7 kinderen gekregen, 6 zonen en 1 dochter.Er zijn 3 zonen in leven gebleven, hun andere 4 kinderen zijn op jonge leeftijd overleden.In 1690 is Franciscus 63.Oudste zoon Martinus is 32, gehuwd met Catharina van Fletere en woont in Moorsele.De tweede Franciscus is 30, gehuwd met Judoca van Aerden en woont in Gullegem.Jongste zoon Judocus is 23 en nog ongehuwd.
 
Zoon Franciscus overlijdt op 30 december 1693 op 33 jarige leeftijd.Zijn jongere broer Judocus huwt op 5 mei 1691 met Florentina Ledou.Zij overlijdt ook eind 1694, op 7 november.
 
 
 
Nu even over naar de situatie in Gullegem.We moeten daarvoor even de geschiedenis van die periode bekijken.
 
In 1678 sluiten Frankrijk met aan het hoofd Lodewijk XIV en de Republiek der Zeven Verenigde Provincieën een vredesverdrag in Nijmegen.In dit verdrag moet hij Kortrijk en de Kasselrij van Kortrijk, die sedert 1668 Frans grondgebied zijn afstaan.Hij mag wel Menen en de Roede van Menen, één van de 5 roeden van de Kasselrij van Kortrijk behouden.Die bestaat uit Menen-buiten, Geluwe, Moorsele, Gullegem, Heule, Wevelgem, Izegem, Dadizele, Lendelede, Bissegem, Emelgem, een deel van Kachtem en een deel van Lichtervelde.Ook in Gullegem zijn de Fransen dus baas.
 
Maar Lodewijk XIV is daarmee niet tevreden.Het Franse leger organiseert al vlug rooftochten in de Kasselrij en in september 1683 bezetten ze Harelbeke.In november veroveren ze Kortrijk.Lodewijk XIV die vanaf mei 1682 in zijn nieuw kasteel in Versailles resideert wil zijn grondgebied verder uitbereiden.In 1686 verenigen Spanje, Zweden en de Duitse keurvorsten zich in de Liga van Augsburg, om weerstand te bieden tegen de expansiedrift van Lodewijk.Wanneer hij in 1688 het keurvorstendom de Palts binnenvalt, verklaren ze de oorlog aan Frankrijk.Een jaar later vervoegen Engeland en de Republiek der Nederlanden de Liga.Deze gaat verder onder de naam 'De Grote Alliantie'.
 
Dit heeft weer eens grote gevolgen voor het zuiden van West-Vlaanderen, waaronder ook Gullegem.Van 1690 tot 1694 wordt deze streek namelijk het strijdgebied.Vooral Menen en Kortrijk zullen het mogen ontgelden.
Spanjaarden,Hollanders,Zweden,Schotten,Engelsen en Duitse (Hannoverse en Brandenburgse) soldaten nemen het op tegen de Fransen.
Eind augustus 1694 komen verscheidene Franse legers van ongeveer 30.000 manschappen postvatten in de streek van Kortrijk.Eén ervan kampeert tussen Moorsele en Kuurne.Langs de zuidkant van de Heulebeek (die door Gullegem en Heule loopt) leggen ze op 28 augustus een verdedigingslijn aan met 18 redoutes.
(Een redoute bestaat vaak uit een van een aarde opgeworpen verschansing, die aan alle kanten even sterk is. Verschansingen van steen komen ook voor. Een redoute kon voor tijdelijk of permanent gebruik dienen. Het gebruik van redoutes werd populair in de 17e eeuw en de bouw ervan liep door tot in de 19e eeuw.)
 
 
De streek heeft te lijden onder plunderingen, opeisingen van levensmiddelen,veevoeder enz..., vorderen van arbeiders, contributies en belastingen.Krijgsbendes zowel Fransen als geallieerden terroriseren de bevolking.In 1692 en 1693 mislukt bovendien de graanoogst, zodat er zo al schaarste is.Goethals-Vercruysse ( Kortrijk 1759-1838) schrijft in zijn 'Chronycke van Cortryk':
 
"De troupen die buyten gecampeert lagen deden overgroote schade omdat er geen goede orders en waren.De kerken te lande wierden opengebroken en beroofd, de huysen verbrand, de casteelen geplunderd, de beesten genomen, de sauvegardes wierden dood geschoten en alles ging verloren"
 
De ellende op het platteland en dus ook in Gullegem is groot.De bevolking is ondervoed, en de omstandigheden zijn ideaal voor een epidemie.Deze breekt in 1692 uit in de streek van Roeselare, Tielt en zakt in de volgende jaren af naar het zuiden.Waarschijnlijk wordt ze door de rondtrekkende soldaten meer en meer verspreid.In het najaar van 1694 barst de epidemie in alle hevigheid los.Zo ook in Gullegem.De besmetting begint er rond eind augustus, wanneer vele soldaten er voor de herfst hun kamp opslaan.Ze zijn vaak vergezeld van hun vrouwen en kinderen.Pastoor Frans De Febure van Gullegem doopt vanaf midden september dan ook een aantal kinderen van soldaten.
 
 
Op 4 oktober 1694 wordt Stephanus geboren, zoon van militair Stephanus Capon en Anna Julien, en 4 dagen later op 8 oktober Josephus, zoon van Franciscus Adrien, ook militair en Anna Hoge.
 
In september zijn er al 25 overlijdens in Gullegem.We overlopen even het aantal overlijdens per maand in Gullegem.
Januari:12 - Februari:11 - Maart:9 - April:4 - Mei:11 - Juni:10 - Juli:7 - Augustus:4 - September:25 -
Oktober:43 - November:62 - December:37.
Voor één keer telt de pastoor de doden en schrijft '233 morti'.Hij mistelt want het zijn er 235.  
 
 
Ook de overlijdens in januari en februari zijn al hoog in vergelijking met die van normale jaren, en het is dus heel goed mogelijk dat de 33 jarige Franciscus Olieu (zoon van Franciscus) op 30 december al overlijdt aan een combinatie van ondervoeding en ziekte)
 
De epidemie woekert nog verder in januari 1695 en verdwijnt dan plots.Getuige hiervan zijn de overlijdenscijfers van 1695:Januari:22 - Februari: 5 - Maart:0 - April:4 - Mei:1 - Juni:0 -Juli:1 - Augustus:2 - September:5 - Oktober:1 - November:3 - December:4. Een totaal van 48.
In 1696 zakt het cijfer drastisch naar 18 overlijdens voor het hele jaar.Dit is ook logisch,want de meeste ouderen zijn in de voorgaande jaren overleden.
 
Op te merken is nog dat er nog meer overlijdens dan de geregistreerde waren in 1694, want vele ouders gaven het overlijden van kleine kinderen niet aan.De pastoor schrijft in ieder geval alleen de overlijdens in van de volwassen mannen, vrouwen en diegene die de huwbare leeftijd hebben bereikt.Maar ook in latere jaren (tot rond 1740 -1750) worden de overlijdens van kinderen niet ingeschreven door de pastoors van Gullegem.
 
Het is dus mogelijk dat er ook kleinkinderen van Franciscus Olieu en Jacoba overlijden in die periode.In 1689 wordt Maria Catharina geboren en in 1691 Petrus, beiden kinderen van de eerder vermelde Franciscus die eind 1693 overlijdt.Van beiden is er geen overlijden terug te vinden, zodat ze dus al op jonge leeftijd zijn overleden.Zijn zoon Franciscus (de derde in rij) geboren in 1687 en dus 7 in 1694 zal de epidemie overleven.Judocus, de jongste zoon van Franciscus Olieu krijgt op 25 februari van het rampjaar 1694 een eerste zoon die hij ook naar zijn vader vernoemt.Grootvader Franciscus is dan nog dooppeter.Waarschijnlijk overlijdt deze jonge Franciscus in hetzelfde jaar.
 
Over één ding hebben we het nu nog niet gehad.De aard van de epidemie.Er is daar nog altijd discussie over.Sommige geschiedschrijvers hebben het over de pest.Maar er wordt nu algemeen aanvaard het niet om een uitbraak van de pest ging.De meesten zijn er het over eens dat het hoogswaarschijnlijk om dysenterie ging.Deze ziekte was in die tijd meestal bekend als 'rode loop', door het bloed in de ontlasting bij besmetting.Tussen 1 en 7 dagen na besmetting onstaan de ziekteverschijnselen.Hoge koorts, buikpijn met soms ondraaglijke krampen en diarree.De veelvuldige ontlastingen zorgen al gauw voor vochttekort, waardoor de toestand vlug levensbedreigend wordt.De ziekte kan nu met antibiotica behandeld worden, maar in 1694 was er geen remedie.De ziekte kent bij een infectie in West-Europa vooral een top in de wintermaanden.
 
Alle omstandigheden in 1694 waren ideaal voor het uitbreken en verspreiden van de epidemie.Een ernstig ondervoede bevolking die meestal in onhygienische omstandigheden dicht op elkaar woonde.
Eénmaal er iemand besmet was,breidde de ziekte zich vlug uit.Er was weinig hygiëne.Varkens, kippen, ganzen enz.. liepen los rond en lieten overal uitwerpselen achter.Afval werd buitengegooid.Mensen deden hun gevoeg waar het paste.Waterputten waren vervuild.
 
Tenslotte om even een idee te geven van het sterftecijfer in 1694 in andere gemeenten:
 
In Izegem 789! - Ingelmunster 338 - Lendelede 231 - Moorsele 164 - Ledegem 166 - Hulste 120 - Zwevegem 159 - Bellegem 153 - Moen 77 (dit kan weinig lijken, maar in dit klein dorpje waren er jaarlijks maar 5 tot 6 overlijdens - Wervik 173. 
 
We kunnen besluiten dat de eerste Olieu's in Gullegem in de jaren 1690 tot 1695 samen met de andere inwoners een ellendige tijd doormaakten.Daarna breken er betere tijden aan, en zorgen de kleinkinderen van Franciscus Olieu en Jacoba Samyn voor de voortzetting van de Olieu-stamboom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten